Martin Peters schreef de blog Laat je huiswerk eens zien
Met name de quotes van Albert Einstein en Rushton Hurley en Martin’s vraag: “Hoe bereik je met je leerlingen een breder publiek?” Lokten bij mij een reactie uit met als gevolg deze blog.

You don’t really understand something unless you can explain it to your grandmother

Albert Einstein

If students are sharing their work with the world, they want it to be good. If they’re just sharing it with [the teacher], they want it to be good enough.

Rushton Hurley

Hurley ’s uitspraak heeft volgens mij veel raakvlakken met wat ook wel de zesjes cultuur genoemd wordt. Ik denk dat wij (het onderwijs) hier mede oorzaak van zijn, doordat we niet in voldoende mate geanticipeerd hebben op de veranderingen in de maatschappij. Dat anticiperen zou volgens mij een vanzelfsprekend moeten zijn, aangezien wij leerlingen opleiden voor de toekomst.
In de huidige maatschappij wil niemand meer leren omdat het moet, of omdat het later handig is. Uit het hoofd leren van plaatsnamen wordt bijvoorbeeld als zinloos ervaren. Dit doet me denken aan een tegeltjeswijsheid die ik laatst bij Nieké in Roermond tegenkwam:
Van die school ben ik afgegaan. Daar moest ik uit boeken leren wat ik gewoon met Google kon vinden.

Uiteraard realiseer ik me dat we leerlingen een bepaalde basis moeten leren. Maar volgens mij is dit niet bij elk vak die oude vertrouwde basis waar we al jaren mee werken.  Eindtermen van bijvoorbeeld het vak wiskunde zijn voor mijn gevoel nog nooit / zelden gewijzigd.  Terwijl de behoefte bij dit vak toch behoorlijk gewijzigd moet zijn als gevolg van nieuwe inzichten en het gebruik van nieuwe technologieën. Leerlingen voelen dit volgens mij feilloos en hebben hierdoor nog wat extra redenen (vroeger waren er ook genoeg redenen) om te vragen wat ze aan het te leren hoofdstuk hebben.
Uit ervaring (naast lesgeven aan vmbo leerlingen, ik geef ook cursussen aan volwassenen) kan ik zeggen dat de vraag Wat heb heb ik hier nu aan? zeker niet alleen door jongeren gesteld wordt. In het algemeen is iedereen naar mijn mening gemotiveerd om te leren, zolang er een duidelijk antwoord op deze vraag gegeven wordt.  Hierbij moet het resultaat van de inspanning bij voorkeur op korte termijn voordeel hebben, anders haakt er al een groep af. Dit vind ik niet vreemd, immers als je iets leert en het een lange tijd niet gebruikt verwaterd het geleerde. Waarom zou je het dan leren?
Daarbij komt dat als je nu iets leert voor later, het geleerde later misschien wel niet meer nodig is. Wat heb je aan een prachtig handschrift, als “later” iedereen aantekeningen maakt en communiceert via zijn iPad? Ik twijfel over het antwoord op deze vraag, niet omdat ik diep van binnen het antwoord niet weet, maar omdat ik de zin “alles wat we op school doen is zinvol” er bij mij stevig in geramd is. Ik besef me dat leerlingen hun handschrift nu nodig hebben, hoe kijk je als docent anders het proefwerk na? Dat kun je dan niet goed lezen. De vraag die dan bij mij opkomt is, leiden we op voor nu (het proefwerk, dat volgens mij een middel is), of leiden we op voor later? De praktijk waarin we willen dat onze leerlingen gaan functioneren. De tijd waarin ze geen proefwerken meer hebben, en voor zichzelf en anderen aantekeningen / foto’s maken met het apparaat dat op dat moment voor handen is. De tijd waarin het niet meer normaal is dat je een handgeschreven (sollicitatie-) brief schrijft. Ik hoor u denken: Is dat niet al het geval? Ja wel hoor, maar onderdeel van het examen Nederlands is het schrijven (met de hand) van een formele brief. Dit kan dus ook een sollicitatiebrief zijn. Deze week nog gehoord: Een collega Nederlands bespreekt het schrijven van een formele brief (eindexamenterm). In dezelfde week begeleidt hij leerlingen die een banenmarkt aan het organiseren zijn. Zij nodigen via mail mensen uit het bedrijfsleven uit om mee te werken aan de banenmarkt. Mijn collega gaat vervolgens het schrijven van, wat hij noemt, een formele mail (geen eindexamenterm) bespreken. Hierbij legt hij uit dat dit is iets anders dan een formele brief, waarbij je adres, datum enzovoorts bovenaan vermeldt. Mijn vraag is wanneer ontwikkelt het vak Nederlands (landelijk) zich van het schrijven van een officiële brief naar het schrijven van een officiële email? Of gaan ze dit met een tussenstap doen: Leerlingen hoeven niet meer de opmaak van een officiële brief uit hun hoeft te leren. Hiervoor zijn immers tal van sjablonen online & in Word te vinden.
Later is, naast nu, een belangrijk aspect in het antwoord op de vraag Wat heb heb ik hier nu aan?. Voor de motivatie is nu (morgen of overmorgen) het belangrijkste. Je moet iets zeggen over het doel op korte termijn, waarbij je tevens het doel op lange termijn moet kunnen beschrijven. Misschien geef je hiermee wel de houdbaarheid van de te leren stof aan? Een antwoord als: het is goed voor je algemene ontwikkeling is dus zeker niet goed genoeg, dit gaat  alleen over later en is niet specifiek genoeg. Voor mezelf zou ik de volgende regel willen hanteren: Als ik de vraag Wat heb ik hier nu aan? niet op het niveau van de leerling kan beantwoorden,  moet ik me niet wagen aan het overbrengen van de stof. Dit gezegd hebbende, kijkend in het wiskunde boek dat voor me ligt, moet ik toegeven dat ik bij nogal wat hoofdstukken de stempel ongeschikt moet zetten. Heeft die stempel betrekking op mij? Op het boek? Of op de eindtermen die erbij horen? Persoonlijk denk ik dat het een mix is.
Dan even terug naar de vraag van Martin en de quote van Rushton Hurley. Het beantwoorden van de vraag is niet de enige motivatie die van invloed is op het resultaat. Immers het platform (the world vs voor je leraar) waarop je het geleerde mag tonen is ook van invloed op de motivatie. Laten we eerlijk zijn, er is geen groot publiek voor de zoveelste  presentatie van een leerling over Parijs of over een boek, of voor de antwoorden op 30 proefwerkvragen. De motivatie en het resultaat zal dus navenant zijn.  We zullen dus bredere opdrachten moeten geven, opdrachten waarbij leerlingen, in veel gevallen samen, aan iets werken dat wel de aandacht kan krijgen van een breed publiek. Te beginnen met geïnteresseerde medeleerlingen, ouders, collega’s, maar uiteraard ook mensen van buiten de school.
Hierbij moet je opzoek naar een goed platform voor de eindresultaten te etaleren. Een platform dat past bij de doelgroep die je wil bereiken. Zo ontstaat er erkenning en interactie tussen de leerlingen en de doelgroep over het product. Loon na werken. Als je het goede platform kiest, spreek je naast de motivatie ook het verantwoordelijkheidsgevoel van de leerling aan. Dit komt het product (en dus de motivatie) alleen maar ten goede. Het is natuurlijk nog mooier als we leerlingen zo ver krijgen dat ze zelf gefundeerd het platform kunnen kiezen. Zo’n platform kan van alles zijn. Soms is het een etalage in de aula, maar natuurlijk liever bij de V&D in de stad. Soms is dat een site voor een specifieke doelgroep. Of het geleerde in de praktijk brengen tijdens een (maatschappelijke) stage. Voor een aantal richten gebruiken we dit soort platformen al. Het restaurant van onze horeca afdeling is bijvoorbeeld zo’n platform, het is elke donderdag geopend voor het publiek. Iedereen mag komen eten. Leerlingen krijgen zo niet alleen een goed beeld van de praktijk, maar kunnen ter plaatste laten zien wat ze geleerd hebben. Misschien krijgen die presentaties over Parijs (in een iets andere vorm) veel meer betekenis, als Parijs een thema avond in het restaurant is?