Inloggen

LET OP: Dit blog is verhuisd!!

Met ingang van vandaag is dit blog verhuisd naar:

http://gemeenschappelijkgeheugen.blogspot.nl/

Daar tref je ook een nieuw artikel aan:

Welk apparaat is geschikt voor onze leerlingen?

Hierin wordt, mede aan de hand van de bijgevoegde tabel, een zoektocht naar “het” geschikte apparaat voor leerlingen omschreven. O.a. tablet, laptop en chromebook worden vergeleken.

Hieronder tref je de rss feed aan horende bij het nieuwe adres: http://gemeenschappelijkgeheugen.blogspot.nl//feeds/posts/default

Waarom presteert het onderwijs in Finland zo goed?

Misschien verklaart onderstaande infographic het een en ander:
Finnish Education Infographic

Gevonden via www.trendmatcher.nl op www.onlineclasses.org

Stop met focussen op de (app van de) uitgever

De laatste tijd ben ik veel bezig met het bekijken van digitaalmateriaal dat uitgevers aanbieden voor het onderwijs. Zo heb ik de afgelopen weken o.a. gesprekken gehad met vertegenwoordigers van Noordhoff en Malmberg. Ook heb ik enkele weken een iPad geleend om de apps Schooltas (ThiemeMeulenhoff), Studiekit (Noordhoff) en eBook Pack (Malmberg) uit te proberen. Inmiddels wordt het tijd voor enkele conclusies.

Sinds de geboorte van de  iPad in 2010 zijn de uitgevers geconfonteerd met de vraag van het onderwijs om lesmateriaal te ontsluiten via de iPad. Aangezien uitgevers gewend zijn boeken te verkopen en ze zelf dus alle boeken in pdf voorhanden hadden, hadden ze in mijn ogen voor een ultra quick fix moeten kiezen. Je biedt de boeken aan als eBook en gebruikers gebruiken iAnnotate om aantekeningen et cetera in het boek te maken. Bijkomend voordeel voor de leerling: alle boeken zijn op een plek te vinden (in iBooks) en “werken” hetzelfde.

De uitgevers kozen er echter voor om allemaal een eigen app te ontwikkelen. De 3 grote uitgeverijen (Noordhoff, Malmbergh & ThiemeMeulenhoff) hebben inmiddels alle drie een app (Studiekit, eBook, Schooltas) voor op de iPad gelanceerd, wie ben je immers zonder app? Deze apps zijn echter in de kern niet veel meer dan een eBook-reader (die heb je al op je iPad: iBooks). Momenteel is het gebruiken van zo’n app kort samen te vatten: je boekentas wordt een stuk lichter. Het gebruiksgemak is daarmee niet direct beter, probeer maar eens op een tablet een antwoord in te vullen op een PDF van het werkboek van het vak aardrijkskunde. Voor onderwijskundige veranderingen heeft de app ook niet gezorgd. Het is immers een boek. Uiteraard biedt het bij je hebben van een tablet wel voordelen t.o.v. je standaard boekentas: Je hebt (mits er een draadloos netwerk in de beurt is) internet toegang, maar dat voordeel biedt het apparaat, niet de app.

Ik vind het ontwikkelen van die apps verspilde moeite, misschien zelfs wel haantjes gedrag: “Wij hebben een eigen app.” De uitgevers waren en zijn namelijk met iets veel mooiers bezig. De ontwikkeling van hun  methode gebonden sites. Probleem daarmee was / is echter dat deze niet platform onafhankelijk zijn. Men had tot dan toe o.a. Flash gebruikt en dat werkt niet (ideaal) op de iPad. Deze ontwikkeling is echter niet stil blijven staan. Men is inmiddels druk bezig om ervoor te zorgen dat deze sites platform onafhankelijk  kunnen worden ontsloten, dus bruikbaar op iPad, Android tablet, Macbook enzovoorts. Noordhoff denkt aanvang schooljaar 2014/2015 zo ver te zijn dat alle methoden platform onafhankelijk aangeboden kunnen worden. Daarnaast zijn ze een samenwerking gestart met Schoolmaster, om dit alles via Magister te gaan ontsluiten.

Bijna elke methode heeft inmiddels op hun site een digitale omgeving waarop lesmateriaal en vaak ook extra (interactief) materiaal te vinden is. Wat je hier aantreft zijn weergaven van het boek, waaraan interactieve elementen zijn toegevoegd. Zo wordt een afbeelding bijvoorbeeld een filmpje of kun je je Engels tekst laten voorlezen. Daarnaast ontstaan er mogelijkheden voor docenten, om te volgen wat leerlingen doen en om arrangementen klaar te zetten. Zo biedt Noordhoff bijvoorbeeld de mogelijkheid aan docenten om vooraf paragrafen en hoofdstukken klaar te zetten voor leerlingen en hier eigen materiaal aan toe te voegen. Je kunt dan bijvoorbeeld aan paragraaf 5 je eigen PowerPoint hangen of een link naar een YouTube video.  Voor de duidelijkheid de leerlingen krijgen dan nog steeds content aangeboden in traditionele boekvorm. Het boek wordt indien gewenst zelfs meegeleverd. De digitale meerwaarde zit hem in het arrangeren, toevoegen van eigen content en de interactieve elementen. Vervolgens kan een docent de vorderingen van zijn leerlingen volgen. Hierdoor kan een docent en leerling alle benodigde materialen (tijdspad, boek en extra content) op een plek vinden. Het wordt nog makkelijker als een leerling alle “boeken” heeft van dezelfde uitgever, want dan ziet dit er ook nog eens bij elk vak hetzelfde uit.

Hier zitten ondanks dat het mooi klinkt wel wat haken en ogen aan. Dat het op een plek aanbieden van  alle benodigde materialen voor alle betrokkenen hartstikke handig is, is duidelijk. Vraag is echter of dit wenselijk is en of deze plek de site van uitgever moet zijn. De uitgever zal hierop uiteraard volmondig ja antwoorden, want dan blijft zijn boek centraal staan. Deze fungeert immers als kapstok waaraan we alles koppelen. Dat is dan ook direct mijn probleem. Is het leren van de toekomst het aanbieden van een boek en zeggen dat daar alles in staat? Persoonlijk vind ik dat dit niet eens het leren van nu moet zijn en al helemaal niet het leren van de toekomst. Ik vindt namelijk dat de competenties: zoeken, vinden, beoordelen, verwerken en presenteren van informatie centraal moeten staan als we leerlingen opleiden. Als je leerlingen dan per vak één boek (digitaal of niet) aanbiedt en er eigenlijk bij zegt: “dit is het en daar moet je het mee doen”.  Dan heb je de competenties zoeken, vinden en beoordelen al overgeslagen voordat je begonnen bent. Zoeken en beoordelen is immers moeilijk toe te passen als het boek, vol met kant en klare oplossingen, al voor je ligt. Zo’n boek negeer je niet zomaar.

Wat heb heb ik hier nu aan?

Martin Peters schreef de blog Laat je huiswerk eens zien
Met name de quotes van Albert Einstein en Rushton Hurley en Martin’s vraag: “Hoe bereik je met je leerlingen een breder publiek?” Lokten bij mij een reactie uit met als gevolg deze blog.

You don’t really understand something unless you can explain it to your grandmother

Albert Einstein

If students are sharing their work with the world, they want it to be good. If they’re just sharing it with [the teacher], they want it to be good enough.

Rushton Hurley

Hurley ’s uitspraak heeft volgens mij veel raakvlakken met wat ook wel de zesjes cultuur genoemd wordt. Ik denk dat wij (het onderwijs) hier mede oorzaak van zijn, doordat we niet in voldoende mate geanticipeerd hebben op de veranderingen in de maatschappij. Dat anticiperen zou volgens mij een vanzelfsprekend moeten zijn, aangezien wij leerlingen opleiden voor de toekomst.
In de huidige maatschappij wil niemand meer leren omdat het moet, of omdat het later handig is. Uit het hoofd leren van plaatsnamen wordt bijvoorbeeld als zinloos ervaren. Dit doet me denken aan een tegeltjeswijsheid die ik laatst bij Nieké in Roermond tegenkwam:
Van die school ben ik afgegaan. Daar moest ik uit boeken leren wat ik gewoon met Google kon vinden.

Uiteraard realiseer ik me dat we leerlingen een bepaalde basis moeten leren. Maar volgens mij is dit niet bij elk vak die oude vertrouwde basis waar we al jaren mee werken.  Eindtermen van bijvoorbeeld het vak wiskunde zijn voor mijn gevoel nog nooit / zelden gewijzigd.  Terwijl de behoefte bij dit vak toch behoorlijk gewijzigd moet zijn als gevolg van nieuwe inzichten en het gebruik van nieuwe technologieën. Leerlingen voelen dit volgens mij feilloos en hebben hierdoor nog wat extra redenen (vroeger waren er ook genoeg redenen) om te vragen wat ze aan het te leren hoofdstuk hebben.
Uit ervaring (naast lesgeven aan vmbo leerlingen, ik geef ook cursussen aan volwassenen) kan ik zeggen dat de vraag Wat heb heb ik hier nu aan? zeker niet alleen door jongeren gesteld wordt. In het algemeen is iedereen naar mijn mening gemotiveerd om te leren, zolang er een duidelijk antwoord op deze vraag gegeven wordt.  Hierbij moet het resultaat van de inspanning bij voorkeur op korte termijn voordeel hebben, anders haakt er al een groep af. Dit vind ik niet vreemd, immers als je iets leert en het een lange tijd niet gebruikt verwaterd het geleerde. Waarom zou je het dan leren?
Daarbij komt dat als je nu iets leert voor later, het geleerde later misschien wel niet meer nodig is. Wat heb je aan een prachtig handschrift, als “later” iedereen aantekeningen maakt en communiceert via zijn iPad? Ik twijfel over het antwoord op deze vraag, niet omdat ik diep van binnen het antwoord niet weet, maar omdat ik de zin “alles wat we op school doen is zinvol” er bij mij stevig in geramd is. Ik besef me dat leerlingen hun handschrift nu nodig hebben, hoe kijk je als docent anders het proefwerk na? Dat kun je dan niet goed lezen. De vraag die dan bij mij opkomt is, leiden we op voor nu (het proefwerk, dat volgens mij een middel is), of leiden we op voor later? De praktijk waarin we willen dat onze leerlingen gaan functioneren. De tijd waarin ze geen proefwerken meer hebben, en voor zichzelf en anderen aantekeningen / foto’s maken met het apparaat dat op dat moment voor handen is. De tijd waarin het niet meer normaal is dat je een handgeschreven (sollicitatie-) brief schrijft. Ik hoor u denken: Is dat niet al het geval? Ja wel hoor, maar onderdeel van het examen Nederlands is het schrijven (met de hand) van een formele brief. Dit kan dus ook een sollicitatiebrief zijn. Deze week nog gehoord: Een collega Nederlands bespreekt het schrijven van een formele brief (eindexamenterm). In dezelfde week begeleidt hij leerlingen die een banenmarkt aan het organiseren zijn. Zij nodigen via mail mensen uit het bedrijfsleven uit om mee te werken aan de banenmarkt. Mijn collega gaat vervolgens het schrijven van, wat hij noemt, een formele mail (geen eindexamenterm) bespreken. Hierbij legt hij uit dat dit is iets anders dan een formele brief, waarbij je adres, datum enzovoorts bovenaan vermeldt. Mijn vraag is wanneer ontwikkelt het vak Nederlands (landelijk) zich van het schrijven van een officiële brief naar het schrijven van een officiële email? Of gaan ze dit met een tussenstap doen: Leerlingen hoeven niet meer de opmaak van een officiële brief uit hun hoeft te leren. Hiervoor zijn immers tal van sjablonen online & in Word te vinden.
Later is, naast nu, een belangrijk aspect in het antwoord op de vraag Wat heb heb ik hier nu aan?. Voor de motivatie is nu (morgen of overmorgen) het belangrijkste. Je moet iets zeggen over het doel op korte termijn, waarbij je tevens het doel op lange termijn moet kunnen beschrijven. Misschien geef je hiermee wel de houdbaarheid van de te leren stof aan? Een antwoord als: het is goed voor je algemene ontwikkeling is dus zeker niet goed genoeg, dit gaat  alleen over later en is niet specifiek genoeg. Voor mezelf zou ik de volgende regel willen hanteren: Als ik de vraag Wat heb ik hier nu aan? niet op het niveau van de leerling kan beantwoorden,  moet ik me niet wagen aan het overbrengen van de stof. Dit gezegd hebbende, kijkend in het wiskunde boek dat voor me ligt, moet ik toegeven dat ik bij nogal wat hoofdstukken de stempel ongeschikt moet zetten. Heeft die stempel betrekking op mij? Op het boek? Of op de eindtermen die erbij horen? Persoonlijk denk ik dat het een mix is.
Dan even terug naar de vraag van Martin en de quote van Rushton Hurley. Het beantwoorden van de vraag is niet de enige motivatie die van invloed is op het resultaat. Immers het platform (the world vs voor je leraar) waarop je het geleerde mag tonen is ook van invloed op de motivatie. Laten we eerlijk zijn, er is geen groot publiek voor de zoveelste  presentatie van een leerling over Parijs of over een boek, of voor de antwoorden op 30 proefwerkvragen. De motivatie en het resultaat zal dus navenant zijn.  We zullen dus bredere opdrachten moeten geven, opdrachten waarbij leerlingen, in veel gevallen samen, aan iets werken dat wel de aandacht kan krijgen van een breed publiek. Te beginnen met geïnteresseerde medeleerlingen, ouders, collega’s, maar uiteraard ook mensen van buiten de school.
Hierbij moet je opzoek naar een goed platform voor de eindresultaten te etaleren. Een platform dat past bij de doelgroep die je wil bereiken. Zo ontstaat er erkenning en interactie tussen de leerlingen en de doelgroep over het product. Loon na werken. Als je het goede platform kiest, spreek je naast de motivatie ook het verantwoordelijkheidsgevoel van de leerling aan. Dit komt het product (en dus de motivatie) alleen maar ten goede. Het is natuurlijk nog mooier als we leerlingen zo ver krijgen dat ze zelf gefundeerd het platform kunnen kiezen. Zo’n platform kan van alles zijn. Soms is het een etalage in de aula, maar natuurlijk liever bij de V&D in de stad. Soms is dat een site voor een specifieke doelgroep. Of het geleerde in de praktijk brengen tijdens een (maatschappelijke) stage. Voor een aantal richten gebruiken we dit soort platformen al. Het restaurant van onze horeca afdeling is bijvoorbeeld zo’n platform, het is elke donderdag geopend voor het publiek. Iedereen mag komen eten. Leerlingen krijgen zo niet alleen een goed beeld van de praktijk, maar kunnen ter plaatste laten zien wat ze geleerd hebben. Misschien krijgen die presentaties over Parijs (in een iets andere vorm) veel meer betekenis, als Parijs een thema avond in het restaurant is?

Een screencast gebruiken

Op 29 februari 2012 besloot ik om van een aantekening die ik al jaren geef, een screencast te maken en online te zetten voor mijn 4e klas vmbo GT (22 leerlingen).  Ik deed dit, omdat ik tijdwinst wilde boeken en omdat ik erg geïnteresseerd ben in het concept van flipping the classroom, waar ik hier al eerder over geblogd heb. Het werd het volgende filmpje:


In deze blog vat ik mijn ervaringen samen en kijk ik terug.

Eerst maar eens de gegevens die Youtube mij aanlevert m.b.t. deze specifieke video:

Ik heb bij het ophalen van de gegevens uit Youtube gekozen voor een specifieke periode. De grafiek begint op 29 februari, de dag waarop ik de video geplaatst heb, en eindigt op 20 maart, de dag van het PTA over de desbetreffende stof. De video is in deze periode in totaal 86 keer weergegeven. Let op: Dit betekent niet dat de video ook daadwerkelijk  86 keer door mijn leerlingen bekeken is.  Iedereen kan immers op Youtube mijn video bekijken (tevens heb ik na 1 maart 3 collega’s de link gestuurd).

Twee punten springen er voor mij specifiek uit 1 maart en 18 maart.

1 maart

Ik had gepland om de video op 2 maart in de klas te laten zien, om vervolgens de link naar de video beschikbaar te stellen aan de leerlingen. Om het filmpje makkelijk zelf te kunnen vinden, had ik voor mezelf de link in Magister bij de les geplaatst. Toen ik de video op 2 maart wilde starten, riep al een groot gedeelte van mijn 22 leerlingen, dat ze het al (helemaal) gezien hadden. De bovenstaande grafiek onderschrijft dit. Uiteraard heb ik (stijfkop) de video toch nog klassikaal getoond. Naar afloop vroeg ik uiteraard of er nog vragen waren. Ik kreeg 1 reactie: “Blijft de video daar staan?” Mijn antwoord was uiteraard ja. Waarop de leerling antwoordde: “Dan heb ik geen vragen, dan kijk ik het vanavond gewoon nog een keer.” Doel bereikt, dacht ik bij mezelf!

18 maart

Uit de gegevens blijkt dat de video in de aanloop naar het PTA van 20 maart weer meer bekeken wordt met een piek op 18 maart.

Wat heeft het mij en mijn leerlingen opgeleverd?

  • Tijdswinst:
    • Tijdens de les: Deze video duurt 7 minuten, deze aantekening verdeelde ik in het verleden over 2 lessen (2 keer 20 a 30 minuten).
    • Deze video kan ik (en mijn collega’s) volgend jaar weer gebruiken.
  • Leerlingen hebben de video hergebruikt / -bekeken.
  • De cijfers van dit hoofdstuk waren zeker niet lager dan de cijfers vorig schooljaar.

Wat heeft het mij gekost?

Het maken van deze video heeft me maximaal 2 uur gekost.

Filmmateriaal maken voor in de les

Mijn vorige blogpost ging over flipping the classroom, waarin het gaat over screencast’s gebruiken als instructiemateriaal. Vind je het inspreken van een screencast nu erg saai en wil je het wat interessanter maken dan is een combinatie van een screencast en een tekenfilm (of alleen een tekenfilm) een leuk idee.

Bekijk het volgende filmpje van de OU maar eens:

Uiteraard red je het niet met alleen kennis van een screencast programma, toch zijn er hele simpele programma’s te vinden om het tekenfilm gedeelte mee te maken. Go Animate is hier een voorbeeld van. Ik heb er zelf ook ooit eens een voorbeeld van een instructiefilmpje meegemaakt:


Je ziet dat je bij Go Animate tekstbalonnen kunt toevoegen, maar als je het een beetje handig aanpakt kun je uiteraard het filmpje ook opnemen middels een screencast tool en er tekst bij inspreken.

Het maken van een (teken-)film over een onderwerp is trouwens ook een ontzettend leuke opdracht voor leerlingen. De resultaten hiervan kun je vervolgens weer gebruiken bij andere leerlingen, welke op hun beurt weer een (teken-)film maken over een ander onderwerp. Voor je het weet heb je een boel (teken-)filmpjes die je vervolgens weer kunt gebruiken om flipping the classroom in de praktijk te brengen.

Flipping the classroom

Vandaag las ik op onderwijsvanmorgen.nl een artikel over Jelmer Evers (docent geschiedenis). Hij heeft sinds een jaar  het roer helemaal omgegooid. Hij geeft geen klassikale instructies meer, maar neemt zijn instructies op en plaatst ze op Youtube. De filmpjes worden vervolgens door de leerlingen thuis bekeken. Hierdoor heeft hij tijdens de les meer tijd om de leerlingen te laten werken aan opdrachten en om dit te begeleiden. Deze manier van werken wordt ook wel ”Flipping the classroom” genoemd:

Dat wat vroeger huiswerk was doe je op school en dat wat je vroeger op school deed (naar instructies luisteren) doe je thuis.

Het mooie hierbij is dat leerlingen de instructies op een zelf gekozen moment kunnen beluisteren. Bijvoorbeeld een moment waarop ze zich goed kunnen concentreren. Deze instructie kunnen ze vervolgens zo vaak als ze willen pauzen, terugspoelen en opnieuw bekijken. Ik raad dan ook iedereen aan om het artikel te lezen.

Op Jelmer’s Youtube kanaal staan voorbeelden die door iedereen te bekijken zijn. Hij heeft zijn kanaal op dit moment onderverdeeld in een aantal afspeellijsten: Vietnam eindexamen geschiedenis, Geschiedenis: Moderne Tijd, Oud! Dynamiek en Stagnatie in de Republiek. Als je op zo’n afspeellijst klikt, tref je alle filmpjes bij dat onderwerp aan. Daarnaast heeft hij een afspeellijst Tutorial/ web2.0. Hier geeft hij je een kijkje achter de schermen. Zo laat hij in het filmpje Uitleg screenr zien hoe je bij een te bespreken Word bestand, een voor leerlingen geschikt filmpje kunt maken.

Deze manier van werken roept natuurlijk een aantal vragen op:

Betekent dit nu dat je nooit meer met leerlingen klassikaal praat?

Nee, natuurlijk niet! Discussiëren  is bijvoorbeeld zeker een van de vaardigheden, die onze leerlingen op school moeten leren / oefenen. Het mooie van Jelmer’s manier van werken is dat hij hiervoor juist meer tijd over houdt! De uitleg hebben de leerlingen thuis immers al gehad.

En als leerlingen de filmpjes dan niet bekijken?

Als het goed is zijn de leerlingen die de filmpjes niet bekijken, minder goed instaat om hun opdrachten te maken. Als ze de opdrachten wel kunnen maken, hadden ze de filmpjes niet nodig en dat is volgens mij ook prima. Je kunt je trouwens ook afvragen of de leerlingen die de filmpjes niet kijken, dezelfde leerlingen zijn die nu ook hun huiswerk niet bijhouden? Het mooie aan Flipping the classroom is, dat je als docent veel meer invloed hebt op het maken van opdrachten door leerlingen, je bent er immers zelf bij.

Voor- en nadelen?

Jelmer noemt een aantal voordelen:

  • meer tijd om een-op-een met leerlingen te werken tijdens de les
  • meer tijd tijd om tijdens de les bezig te zijn met activerende didactiek

Natuurlijk zijn er ook punten die je als nadeel kunt beschouwen. Het maken van een filmpje is best arbeidsintensief en de meeste collega’s hebben er extra ict kennis voor nodig.

Tot slot

Voor de mensen die het artikel nu “nog steeds” niet gelezen hebben, wil ik afsluiten met een aantal citaten en tips uit het artikel:

‘Dat leerlingen in een klaslokaal zitten en naar een uitleg luisteren, staat niet synoniem aan dat er geleerd wordt.’

‘Ik had ruim 50 leerlingen in de examenklassen en één filmpje over de examenstof is wel 10.000 keer bekeken.’

Tips van Jelmer
- ‘Het feit dat jouw school niet veel computers heeft, hoeft je er niet van te weerhouden met flipping the classroom te werken. Integendeel. Leerlingen hebben bijna allemaal thuis een computer waar ze dagelijks achter zitten.’
- ‘Als je digitaal gezien niet erg vaardig bent, moet je niet te snel opgeven. Er komt veel uitvogel-werk bij kijken, maar je krijgt er veel voor terug en als je eenmaal een filmpje hebt gemaakt, kun je dat blijven gebruiken.’
- ‘Het is een kwestie van durven en doen. Je moet het klassikaal lesgeven los durven te laten’.


Dynamisch Onderwijs

Al eerder schreef ik over een scholingstraject dat ik aan het opzetten ben voor collega docenten van het DaCapo College. In de komende 3 weken worden alle collega’s geïnformeerd middels onderstaand filmpje. Voor de collega’s die mijn blog volgen is hier alvast de primeur:

Alvin Toffler over ons onderwijssysteem

Op Is het generatie X, Y of Einstein? kwam ik een filmpje tegen van Alvin Toffler.Ik kon het niet laten om het ook hier te plaatsen:

Google Bookmarks, leef je nog?

Op dit moment ben ik druk bezig met het voorbereiden van een uitgebreid scholingstraject voor docenten van het DaCapo College. Middels dit traject hopen we ICT gebruik een flinke boost te geven. Zoals het er nu uit ziet is de kans groot dat we, voordat dit traject van start gaat, overstappen naar Google Apps voor personeel en leerlingen. Het gebruik van Google Apps kan dan ook in de scholing aan de orde komen. Uiteraard komt social bookmarking ook aan de orde.

GooglePersoonlijk gebruik ik al jaren Delicious, maar aangezien het voor nieuwe gebruikers erg handig kan zijn om alle handige apps via een login te bereiken, ben ik maar weer eens naar Google Bookmarks gaan kijken. Toen Google Bookmarks pas uit kwam ben ik niet overgestapt, omdat je je bookmarks niet kon delen. Medio maart 2010 kwam men echter met lists in Google Bookmarks. Dit maakt delen wel mogelijk. Toch ben ik niet overgestapt, het was namelijk wel mogelijk mijn Delicious Bookmarks te uploaden, maar je moest ze vervolgens nog in een list gaan plaatsen om ze te delen. aangezien ik niet alle links wil delen, werd dit handwerk en daar had ik weinig trek in (ik heb momenteel ongeveer 1400 bookmarks).

Maar ja dat wil natuurlijk niet zeggen dat Google Bookmarks niet handig is voor nieuwkomers in de online bookmark wereld. Vandaar dat ik nu, als voorbereiding op het scholingstraject, nog maar eens opzoek ben gegaan naar Google Bookmarks. Hierbij heb ik me echt afgevraagd of Google Bookmarks nog leefde. Als je inlogd in Google tref je bookmarks namelijk niet aan in de menubalk boven in beeld. Ook via de link meer-Google-producten vond ik bookmarks niet. uiteindelijk heb ik maar geGoogled op Google Bookmarks en zoals we gewend zijn van Google: Gevonden!

Deze zoektocht deed me denken aan een blog van Erwin Blom (maart 2010) met de titel De wederopstanding van Google Bookmarks? Hierin schreef hij o.a.:

Bij Google wordt veel gestart, maar het is altijd afwachten hoe de voortgang gaat. Is iets een hobbyproject van een paar Googlers?  Gaat het bedrijf echt door ontwikkelen? Je moet het maar afwachten.

Voorlopig concludeer ik dat Google de Google Bookmarks zo goed verborgen houdt, dat ik het maar niet opneem in het scholingstraject. Toch maar Delicious?